Mabele 2004 (I)

Indrukken als lid van de Mabele-ploeg: "Wie niet weggeeft, is gezien"

"Wie niet weggeeft, is gezien"; het was de slogan voor de jaarlijkse Mabele-inzamelactie voor Congo toen ik op het Xaveriuscollege zat. Ik heb altijd achter die slogan gestaan. Wie niet weggaf toen, is dubbel gezien nu. Die mensen hebben niet de toffe momenten meegemaakt van de inzamelactie. Ze hebben de uitdaging ervan niet beleefd. Daarnaast missen ze nu ook de vele herinneringen die ik heb aan het hele Mabelegebeuren.
Zo herinner ik me dat we in het eerste jaar met mevrouw Maesen een filmavond georganiseerd hadden; wel met primitieve middelen nu ik eraan terugdenk. We hadden een heel oude diaprojector die het kon begeven bij de lichtste schok. Onze cinemazaal was de oude projectieklas. Maar het bracht geld op en daar was het ons om te doen.
In het tweede jaar werden we met zijn allen wat sportiever en hadden we een gesponsorde fietstocht. Het was een succes want in het derde jaar organiseerden we met onze klas, Latijn Grieks, en onze titularis, mijnheer De Coninck, opnieuw een serieuze (voor mij toen toch) fietstocht tot in Scherpenheuvel en terug. Ik zal die dag nooit vergeten, zeker niet die laatste venijnige helling naar de basiliek (moet die kerk nu echt op een heuvel liggen?). Dat jaar ging ik ook voor het eerst mee verkopen op de Wapper in Antwerpen. We probeerden er de vele Mabele-spullen aan de koppige winkelaars te verkopen die steeds verkondigden dat ze hun laatste franken gegeven hadden aan een winterjas. Tja ….
Het vierde jaar was, wat mij betreft, het origineelste jaar. Dat jaar nam ikzelf voor het eerst echt deel aan de vergaderingen over Mabele. Er waren toen ook verschillende cursussen die je kon volgen: Afrikaanse percussie en Afrikaans dansen. Ik koos de tweede cursus. Het dansen was echt therapeutisch. De live percussie zorgde natuurlijk wel voor extra sfeer. Daarnaast organiseerden we dat jaar nog een wereldmaaltijd met onze klas. We lieten onze ouders, vrienden en andere sympathisanten proeven van een echt staaltje wereldverhoudingen. In het begin van de avond werden onze onwetende gasten verplicht om een kaartje te trekken uit een stapel. Op dit kaartje stond hun nieuwe identiteit en wat ze te eten zouden krijgen. Het grootste deel kreeg dus rijst te eten uit een bananenblad met de handen. Een prachtig tafereel! Een ander, kleiner deel, speelde de middenklasse en kreeg een typische Belgische maaltijd. Ten slotte waren er zes uitverkorenen die op een podium aan een prachtig gedekte tafel een feestmaaltijd mochten verorberen. Wij zelf speelden allemaal onze rol. Iedereen was verkleed en diende ergens op. Daarnaast hadden we nog een vioolspeler en een schoenpoetser. Met dank aan mevrouw Segers, die een hele avond in de keuken al de verschillende maaltijden klaarmaakte.
In het vijfde jaar woonde ik opnieuw de Mabele-vergaderingen bij en zat ik dus weer in de Mabele-ploeg. Dat jaar deed ik animatie rond Mabele op de lagere school. Ik ontdekte al gauw dat lerares lager onderwijs niet mijn roeping was. We hadden een groot spel georganiseerd dat al gauw ontaarde in een regelrechte chaos. Daarna volgde voor ons de grootste afgang. Met ons mini-ploegje hebben we toen de belachelijkste dans ooit opgevoerd in het midden van de speelplaats. Enfin, het was een ervaring op zich, zullen we maar zeggen.
Het jaar daarna heb ik dat wel goedgemaakt. Met nog wat andere mensen hebben we opnieuw de animatie van de lagere school gedaan, maar dit keer zonder kleerscheuren. We vertelden toen een interactief Afrikaans verhaal en dit in kleine groepen. Het ging toch allemaal net iets vlotter en het was leuk om de jongste kinderen te betrekken bij Mabele. Het laatste jaar was voor mij trouwens extra speciaal. Ik ben toen meegegaan op Mabele-weekend. Dit werd georganiseerd in september en diende om te brainstormen. Het was een heel tof weekend waaruit veel nuttige ideeën kwamen. Zo was er dat jaar weer een soort wereldmaaltijd, maar dan voor de hele school. Je kon je aansluiten op maandagmorgen tijdens de Mabeleweek bij één van de wandelgroepen die van overal in de buurt van Antwerpen vertrokken naar het college. Je kon je dan laten sponsoren. Groot was de verrassing en de moraal toen de wandelaars (ik dus ook) een droog stuk Turks brood kregen en de niet-wandelaars een reuze ontbijt. En de bange blanke Belg reageert dan wel eventjes verontwaardigd.
Zo, ik denk dat ik het meeste wel verteld heb, maar niet het belangrijkste. Het belangrijkste aan heel Mabele is eigenlijk dat het goed is verder te leren kijken dan je neus lang is. Door Mabele hebben vele mensen toch een steentje kunnen bijdragen aan iets concreets, aan iets wat echt zin heeft. Het is goed om hier nog eens te vertellen hoe belangrijk de kracht en de inzet van mijnheer Nuytemans is in het hele gebeuren. Door hem en alle andere leerkrachten die elk jaar opnieuw de Mabele-ploeg vormen, is er niet enkel iets in Afrika veranderd, maar ook in Borgerhout.

Christine Smet (2000LG)


Indrukken als lid van de Mabele-ploeg: "Het is nodig, dus komaan!"

Ik kan me het moment nog levendig voor de geest halen waarop onze titularis in het eerste jaar een kartonnen doos opende. Uit die doos kwamen balpennen, kubussen, stressballen en ga zo maar door. De bedoeling was die dingen zo snel mogelijk te verpatsen aan de goede zielen die tijdens de Mabele-week toevallig je pas kruisten. Zo ging dat tot ik in het derde jaar zat en zelf bij de ploeg ging. Sindsdien deed ik zelf mee aan het ineensteken van die week: een stresserende bedoening die haar hoogtepunt steeds op het verkeerde moment kende: zo rond de eerste toetsen voor het rapport van oktober. In totaal heb ik vier jaar zo meegedraaid in de ploeg. Waarom blijft een mens zoiets doen?
Ten eerste uit een soort gevoel van "het is nodig, dus komaan!". De brieven van Sus Rens lieten daar nooit twijfel over bestaan: een dispensarium, golfplaatdaken voor scholen, een brug, een loods, daar was geld voor nodig. Van het beetje overvloed dat wij weggaven hing het leven en de levenskansen van een hele streek af: een hallucinante gedachte als je er even bij stilstaat.
Het tweede gevoel dat me steeds parten speelde, was dat van het proberen te doorbreken van de passiviteit van mensen, medeleerlingen. Mabele mocht nooit zomaar een weekje ontspanning en gebroken lessen zijn: het moest mensen bewust maken van het feit dat de wereld verdergaat dan Fort Europa alleen. Derdewereldproblemen zijn immers geen problemen van de Derde Wereld; het zijn wereldproblemen, ze gaan iedereen aan. Daar ging Mabele ook voor een groot deel over: mensen bewust en enthousiast maken.
Ten derde deed ik het ook omdat het verdomd leuk was. De sfeer in de ploeg was altijd goed en na een tijdje begin je mensen beter te kennen en te waarderen. Je leert leerkrachten ook anders kennen. Een leerkracht die met kleine oogjes uit zijn slaapzak komt gekropen op Mabele-weekend is een heel andere verschijning dan diezelfde leerkracht die vragen van een overhoring dicteert.
Na mijn collegetijd ben ik gestopt met Mabele: andere mensen doen het nu, het gaat gewoon voort. Mabele was een deel van mijn Xaveriustijd geworden…

Maarten Bouving (2002L-MT)